Palladium: papier versus fysiek

De prijs van palladium stijgt al maanden snel. Op het moment van schrijven staat de prijs boven de $1500 dollar per ounce, ruim 20% hoger dan begin dit jaar. Voor het eerst keert de wal (de fysieke vraag) het schip (aanbod op papier). De stress op de markt is zelfs zo groot dat The Financial Times belde voor commentaar.

Om de situatie te begrijpen moeten we eerst even uitleggen hoe de prijs van grondstoffen tot stand komt. Dat gebeurt gek genoeg niet op de fysieke markt van vraag en aanbod, maar door de handel op papier, door middel van de handel in termijncontracten (futures). Een contract waarbij men belooft in de toekomst tegen een bepaald bedrag het materiaal te leveren. Maar in werkelijkheid wordt er in 99% van de gevallen fysiek niets geleverd. Nog sterker, vaak mag de speculant niet eens vragen om fysieke uitlevering.

Deze wereld van papieren contracten is honderden keren groter dan de fysieke werkelijkheid. Er staan veel meer contracten uit waarbij wordt beloofd iets te leveren, dan dat er fysiek op voorraad is. Door dit grote papieren aanbod kan de prijs eenvoudig gemanipuleerd worden. Het is niets voor niks dat het aantal uitstaande contracten in goud, zilver, platina en palladium relatief het hoogst is, in vergelijking tot andere grondstoffen.

Het gevolg is dat er verkeerde economische signalen verzonden worden naar zowel producenten als afnemers.. De een gaat minder produceren, terwijl de ander door de lage prijs meer wil afnemen. Deze mismatch kan jaren duren maar onder de oppervlakte broeien er krachten die de prijs weer in balans willen brengen met de fysieke werkelijkheid. Dit lijkt nu bij palladium te gebeuren.

De fysieke vraag naar palladium is de afgelopen jaren enorm gestegen. Norilsk, de grootste palladiumproducent ter wereld spreekt over een fysiek tekort van bijna 1 miljoen ounce in 2018. In 2019 stijgt dit tekort volgens hen naar 1,3 miljoen ounce. Gigantisch in vergelijking met de jaarlijkse wereldproductie van minder dan 8 miljoen ounce. De afgelopen jaren kon dit tekort nog worden aangevuld met oude strategische voorraden van de Russische centrale bank, maar ook deze lijken nu op te raken. Norilsk verwacht overigens niet dat ze hun eigen productie noemenswaardig kunnen opkrikken voor 2020, nieuwe mijnen zullen pas op stoom komen in 2025.

De stress in de fysieke markt is ook af te leiden uit de ‘backwardation’ in de prijsvorming. Dit betekent dat de prijs van een termijncontract dat snel geleverd moet worden hoger is dan een contract met een latere levertijd. Daarnaast bestaat er een ETF (PALL) die is gedekt door een eigen palladiumvoorraad. Deze voorraad is de afgelopen tijd gehalveerd, doordat investeerders het fysieke materiaal hebben ‘opgevraagd’, in ruil voor hun ETF-posities. Ook zien we op de palladiummarkt zeer hoge ‘uitleen-tarieven’, een andere aanwijzing voor stress in de fysieke markt.

Alleen een fors hogere palladiumprijs lijkt de markt weer in balans te kunnen brengen.

Nu de fysieke vraag en aanbod de prijs van palladium weer beïnvloedt rest de vraag: ‘’Hoe zit het met de rest van de grondstoffenmarkt?’’ Ook hier is de papieren markt vele malen groter dan de fysieke werkelijkheid. Het zou ons daarom niets verbazen als we een soortgelijke situatie als bij palladium ook gaan zien bij platina, zilver of zelfs goud.

Ruben Bijman en Willem Middelkoop (11 maart 2019)